SABBELENDE KALVEREN
  lees verder.. 
Als 'meningmakende Marokkaanse Valentino' (zo betitelde een glossy magazine mij eens) hield ik afgelopen weekend een lezing in Amsterdam: 'De Liefdescrisis onder Marokkanen'. Fijn zo vlak voor kerst. De meisjes in de zaal verweten de jongens dat ze lui, conservatief en 'players' zijn. De jongens klaagden dat de meisjes achterbaks, listig en brutaal zijn.
Nu een andere liefdescrisis. Op verzoek van het Agrarisch Dagblad bezocht ik als Dierenpartij-lijstduwer vorige week een kalverhouder in Deurne. Hij was de enige boer van Noord-Brabant die bereid was de Dierenpartij te ontvangen. Een kleine boer met kort haar en paarsdooraderde biefstukwangen. Ik verstond hem ternauwernood. Na de koffie met kanootje kreeg ik de stal te zien met de 1100 kalveren. 'Zie joe, ze hebben 't allemoal hasjtieke gût.
Die partej von joa klets mar wot.'
Ik aaide de kalveren, stuk voor stuk draaiden ze hun lieve nieuwsgierig kopjes naar mij toe. Ze weten niet dat de dood hen spoedig wacht. Elk kalfje dat ik aanraakte stak spontaan z'n tong uit om te likken. 'Kiek', zei z'n vrouw, 'ze hoawen von sabblen'. En ze duwde zo haar hand in een kalvenbekje. Het dier sabbelde alsof z'n leven ervan hing. Het kwijl droop in liters langs haar arm op de grond. Toen pas viel mij op hoeveel kalveren aan mekaars oren stonden te zuigen en te kauwen. De hele stal was één groot sabbelfestijn.
Per zevenen in een vier-bij-vier-hok, geen natuurlijk licht en lucht, een harde hooiloze ondergrond - het was allemaal niet fraai. Maar dat hier levende wezens zaten opgesloten die meteen bij de geboorte bij mama zijn weggevoerd en nooit hebben mogen spenen - dat greep me bij de keel.
'Die partej von joa klets mar wot'.
Zalig kerstfeest.

Reageren? dd.brieven@ad.nl

Mohammed Benzakour