Aan een rivieroever zat een yogi te genieten van de zonsopgang, toen ineens een schorpioen naast hem kwam staan en smekend zei: 'Och, wat zou ik toch graag naar de overkant willen maar ik kan niet zwemmen.' De yogi aarzelde geen moment en zette de schorpioen op zijn schouder en waadde de rivier door. Tot hij halverwege de rit een venijnige prik bij zijn nek voelde.
'Waarom ben je toch zo dwaas mij naar de overkant te dragen?' vroeg de schorpioen. 'Je weet toch dat het mijn natuur is om te steken?' 'Zeker', antwoordde de yogi, 'maar mijn natuur is mededogen en behulpzaamheid. Ik kan niet anders dan je naar de overkant dragen..'
Het gif deed zijn werking, de yogi stierf, maar kon nog net op tijd de schorpioen veilig aan de overzijde neerzetten.
Ik moest aan dit fabeltje denken toen ik recentelijk misschien wel de aangrijpendste docufilm zag sinds jaren: Grizzly Man. Geregisseerd door de even briljante als excentrieke Werner Herzog.
Het is het waargebeurde verhaal over het onfortuinlijke leven van de ongediplomeerde berengek Timothy Treadwell. 12 zomers lang bivakkeert hij tussen de beren in Alaska. 12 zomers lang gaat het goed (100 uur filmmateriaal schoot hij), tot het noodlot gedurende het dertiende bezoek (herfst 2003) toesloeg: hij en zijn vriendin Amie worden opgepeuzeld. Het zou vermakelijke horror zijn als het niet echt was.
Biologen hadden het lang zien aankomen. In al zijn zorg, liefde en activisme voor de bedreigde grizzlies overschrijdt Timothy grenzen en een van die grenzen luidt: kom nooit binnen een straal van 100 meter. En een beer aanraken is al helemaal de goden verzoeken. Maar Timothy had maling aan dit soort mensenregels. Timothy hield van deze beesten en, zo dacht hij, deze beesten hielden van hem. Dus drong hij diep door in hun territorium, praatte met ze, dolde met ze, zwom met ze, en…aaide ze over hun snuitje - alsof het zijn kinderen waren. Toen hij op een dag een hoopje dampende poep ontdekte at hij het net niet op: 'O my god, it's still warm! It was just inside my lovely browny!'
Alles, iedere angst, schaamte en conformisme moest wijken voor zijn passie voor deze kolossale krachtpatsers. Timothy was zo dol op beren dat hij één met ze wilde worden, letterlijk. Hij ging zich gedragen als hen, kroop over de grond, sliep in struiken, at bessen en rauwe vis. Geen plek op aarde waar hij, hoe eenzaam ook, gelukkiger was dan in deze ruige wildernis temidden van grizzlies. Hoe vaak niet riep hij met betraande ogen voor zijn camera: 'I love them so much, I wanna die for them! O my god, I really wanna die for them!'
En inderdaad, het woord werd vlees: zijn liefde werd zijn dood.
Wat drijft de mens toch om zich zo met de natuur te vereenzelvigen? Daar zo diep en volkomen in te willen doordringen?
Iedere natuur kent zijn natuurlijke grenzen. Wie al wat heilig is ontheiligt, al wat verhuld is onthult, al wat onaanraakbaar is betast en al wat onbegaanbaar is begaat, die zal vroeg of laat iets destructiefs in gang zetten. Niet alleen in het dierenrijk, dit geldt ook voor het mensenrijk - uiteindelijk zijn we allemaal beesten.
De spreekwoordelijke Orwell heeft met zijn onsterfelijke '1984' op sidderende wijze laten voelen wat het is wanneer een bewind diep doordringt in de natuurlijke privé-wereld van de burger. Mensen veranderen in nummers , in robotten; het leven wordt een grote surreële horrorfilm.
Goddank is in dit land Big Brother nog ver weg. Maar hoe ver is ver? Wie heeft weleens geteld hoeveel camera's er inmiddels in metro- en treinstations maar ook in sommige buurten elke dag op ons loeren? Wie is op de hoogte van de bestanden met vingerafdrukken, irisscans en DNA-profielen die bestudeerd, uitgewisseld en opgeslagen worden? Wie weet van de massale aftappraktijken van telefoon- en emailverkeer? En op welk punt zijn we aanbeland als een (liberale!) minister het taalgebruik op straat wil controleren?
Natuurlijk, alles onder het mom van 'veiligheid' en 'integratie'.
Maar laten we een ding goed beseffen: elke leefwereld kent zijn natuurlijk grens, ieder territorium heeft een fysieke én geestelijke afscheiding. Dat grondgebeid dient gerespecteerd, door de bioloog, maar ook door de overheid. Blijf uit buurt van de schorpioen, hij kan je steken. Gun de beer zijn leefmilieu, hij vreet je op.
Post scriptum:
Enkele jaren terug werd het duo Bush/Blair door een Noors parlementslid gekandideerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. Dit jaar was het de beurt aan Hirsi Ali, voorgedragen door een vriend/partijgenoot van die andere parlementariër.
Het wachten is nu op de Noor die Samir A. kandideert, voor de Nobelprijs voor Scheikunde. En wie weet, als zijn autobiografie een beetje loopt, ook voor Literatuur.
Mohammed Benzakour